De moeder die ik nóóit zou worden.

Ik hoef het vast niet uit te leggen; iedere moeder had denk ik wel een idee van wat voor moeder je zou worden. Een hele coole moeder, een sportmoeder, een knutselmoeder, een voorleesmoeder… Of een ‘ik heb een kind maar ben gewoon nog een vrouw hoor’ moeder. Heel eerlijk, ik had voorheen ook commentaar op bepaalde ouders of bepaalde ideeën met betrekking tot het moederschap. En ja, natuurlijk heb ik nog steeds bepaalde meningen, maar het is wel erg grappig om te zien hoe weinig controle je daar eigenlijk over hebt; je wordt op een hele natuurlijke manier de moeder die je moet zijn.  

Mijn ideaalbeeld van het moederschap…

Oké, mijn ideaalbeeld was als volgt; m’n opleiding goed en wel afgerond hebben, eerst een huis hebben gekocht met m’n vriend, wellicht nog een paar mooie vakanties achter de rug en dán eens beginnen aan een kind. En dan zou ik niet zo’n ‘aaaah koetsjie koetsjie’ moeder worden die iedere ademteug op de foto zou zetten, maar ik zou een ‘doe maar lekker gewoon’ moeder worden. Niet extreem vertroetelend, ik zou gewoon m’n eigen ding blijven doen en het kind zou zich ook maar een beetje moeten aanpassen hoor, worden ze lekker makkelijk van. Ik zou een sterke, onafhankelijke, no-nonsense moeder worden. En ik wilde me gewoon normaal blijven kleden; gescheurde skinny jeans, strakke truitjes, dikke lading make-up op m’n bakkes en m’n haar in een debiele kleur rood. Zo’n kleur rood waar je eigenlijk niet mee weg komt als je volwassen bent, zo’n hysterische kleur.

Verrassing, hier zijn je hormonen!

Ja, nou, dat viel dus vies tegen kan ik je vertellen. Ik zou een stoere moeder worden, maar op het moment dat onze zoon geboren was, was daar weinig meer van over eigenlijk. Ik werd een knuffelmoeder. Ik kon ‘m wel afstaan aan m’n vriend, en oké, vooruit, ook m’n schoonouders, je wordt immers maar één keer voor het eerst Oma en Opa, maar de rest…. Ja, goed, ik gaf ‘m wel aan om te knuffelen hoor, maar dat was eigenlijk een gevalletje ‘eeh… liever niet’. Het thuiskomen was dan ook erg raar, want in het ziekenhuis had ik al gesmokkeld en had hij al een paar uurtjes lekker gewoon bij me geslapen in plaats van in z’n plastic bakje op wieltjes, maar hier zou hij dan eigenlijk echt in z’n eigen bedje moeten. Maar ehm… Ik wil eigenlijk nog even knuffelen… Nee, ik hoef niet te eten… Nee joh, douchen kan morgen ook wel… Wil je nou zeggen dat ik stink? Ja, dat knuffelhormoon deed goed z’n werk; ik wilde alleen nog maar in de buurt van m’n baby zijn, lekker in slaap vallen samen op de bank en daar woonde ik dan ook echt zo’n beetje op, op die bank.

Naarmate hij groeide, werd ik ook steeds softer

En ja, dat is echt zo. Naarmate onze baby steeds meer een knulletje werd, werd ik zo mogelijk nog softer. Alles ging eigenlijk gepaard met een ‘doe maar niet’ ‘oooh lieverd’ en vul zelf maar verder in. Nog steeds zat ik er eigenlijk aan vastgeplakt. Ook al had ik toch echt de rust en even iets voor mezelf doen écht wel nodig, ik kon hem gewoon niet afstaan.

Ik had me zo voorgenomen níet te gaan huilen toen hij voor het eerst ging logeren, maar de watervallen die eruit kwamen waren echt om me kapot te schamen gewoon. Ik met m’n grote bek wilde hem eigenlijk om de hoek alweer ophalen. Dikke doei, ik had gewoon heimwee naar m’n kind en ik ging alleen nog maar weg met hem erbij; anders niet. Die ongezonde controlfreak moeder die ik heus niet zou worden was ik dus mooi wel geworden. Nu hadden we ook gewoon de luxe dat het beetje werk wat ik deed, goed kon worden opgevangen qua oppas en ik hem dus ook niet bij een kinderdagverblijf hoefde achter te laten tot z’n eerste jaar, maar toch. Ik had het daar gewoon heel erg moeilijk mee en ik maakte het daardoor mezelf ook zo moeilijk. Wat ook de relatie weer een stuk moeilijker maakte, want je zag elkaar alleen nog maar als ‘papa en mama’. Niet als twee volwassen mensen die ook nog een leven buiten de baby hebben.

Ik laat me makkelijk ompraten door een peuter.

Echt, van alle dingen die ik níet had gezocht achter mezelf; ik laat me gewoon inpakken en ompraten door een peuter inmiddels. Op het moment dat hij op een bepaalde manier ‘Mama…..’ zegt, heeft ie me gewoon helemaal. Al vraagt hij op dat moment of hij bovenop de kat mag springen, dan zeg ik nog ja ook. Gewoon de manier waarop hij dan ‘mama’ zegt, z’n gezichtsuitdrukking erbij en dan nog lief een beetje m’n hand vasthouden; ja hoor, mama is een zwakkeling en mama is dan gewoon omgeluld. En zo krijgt hij dus alles voor elkaar; auto’s, een ijsje, een koekje, voor de vierde keer die dag buiten spelen, samen TV kijken… You name it. Uiteraard stel ik ook echt wel grenzen en op een gegeven moment geef ik niet meer toe… Maar in het begin ben ik iets te goed over te halen…

En dan ben ik dus de moeder die ik nóóit zou worden…

… Maar ik vind het wel heerlijk om deze moeder te kunnen zijn. Ik ben precies de moeder die nodig is voor ons knulletje, en wij zijn precies de ouders die hij nodig heeft en die ervoor zorgen dat hij een opgroeit in een stabiel, liefdevol en fijn gezin.

Als ik dat in m’n achterhoofd houd, schaam ik me iets minder voor het hele ‘plan’ wat ik voorheen had. Laat mij maar gewoon lekker die zoete, truttige, knuffelmoeder zijn. Daar geniet ik het meest van.

Over Rachelle

Hoi! Ik ben Rachelle, en ik blog net als vele andere moeders (en vaders) over het ouderschap; vaak vind ik het enorm leuk, maar soms is het vreselijk zwaar en pittig. Op mijn blog deel ik het ouderschap zoals het is; eerlijk, met humor, en soms (ietwat) grof.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge