Naar de peuters; ik kan wel janken.

Het is geen verrassing; onze knul is twee en dus een peuter, dat weet ik ook echt wel. Maar ik vind het nog zo heerlijk dat hij op het kinderdagverblijf nog in de ‘tussengroep’ zit. Nog een béétje baby, nog een béétje klein. De peuters zien er gelijk zo ‘groot’ uit vergeleken met onze ‘baby’. Maar ik moet er toch echt aan geloven; hij gaat over naar de peutergroep. Ik kan wel janken.

Hij is nog zo lief, brabbelend en klein…

Althans, in mijn belevenis is hij lief, brabbelend en klein. Zet hem tussen een groep leeftijdsgenoten en het is ineens de leider van de bende, degene die van alles stiekem uitdenkt en ontsnapt naar… Jawel, de peutergroep en het atelier. Hij heeft het enorm naar zijn zin op het kinderdagverblijf, mede ook dankzij de superlieve ‘juffen’ op zijn groep en altijd de vaste gezichten. En nu moet hij ‘verhuizen’, naar de peutergroep. De plek waar ze veel meer uitstapjes maken, in ‘bedjes’ slapen in plaats van ledikantjes, veel meer knutselen, bouwen en kleien maar ook waar ze met véél meer zijn. Ik merk dat ik er een beetje dubbel in sta.

Drukte op de groep

Ik merk het altijd als het heel druk op de groep is geweest, of als hij die dag niet heeft kunnen slapen; hij heeft dan een vreselijk onrustige nacht en moet de dag daarna echt even bijkomen. Ik merk dat ik het daarom ook wel lastig vind dat hij naar de peuters overgaat; die groep is groter, mondiger en véél drukker. Misschien zijn het momentopnames, maar ik zie ook wel kindjes die sneller ruzie maken met elkaar, en daarmee dus echt al wel een stuk ouder zijn dan die van ons. Ik ben wellicht wat overbeschermend, maar ik vind dat echt helemaal niks omdat ik geen ‘duwer’ heb, en ook omdat hij wel heel wijs is met z’n 2 jaar en 3 maanden, maar ze zijn/lijken daar wel een héél stuk mondiger en ik ben een beetje bang dat hij niet lekker mee gaat kunnen komen in die groep, en dat hij té overprikkeld raakt.

Eerst een paar dagdelen wennen

Het is niet zo dat hij de dames op de groep daar niet kent; ze hebben al regelmatig ingevallen bij zijn groep, en hij gaat ook eerst nog een paar keer wennen op de groep daar. Ik heb er ook echt wel vertrouwen in dat ze hem ongetwijfeld overplaatsen met een reden; namelijk dat hij er aan toe zal zijn. En gelukkig gaat hij ook niet in zijn eentje, er gaan er nog twee van de groep mee over die hij natuurlijk ook al kent. Maar ja, zijn favoriete juf gaat niet mee. En daarnaast weet ik niet of hij met twee dagdelen al gewend is, of dat je überhaupt kan spreken van ‘gewend zijn’. Over een maand gaat hij over, dan is hij nog geeneens 2,5 jaar. Ik vind het nogal wat, het is echt nog een pukkie hoor als je hem tussen al die grote kinderen in ziet…

Beren op de weg?

Zie ik beren op de weg? Ben ik nou echt zo’n vervelende wandelende hormoonbom die zo ‘over-protective’ is dat ze d’r eigen kind geeneens los kan laten? Of is het mijn goed recht om aan te kaarten dat ík hem eigenlijk nog te klein vind voor de peutergroep? Uiteraard ga ik wel eerst de wen-daagjes afwachten, om te zien hoe hij het zelf ook ervaart en hoe zij hem daar in de groep zien. Maar het liefst wacht ik eigenlijk nog een maandje of 3. Het voelt een beetje alsof hij iedere keer wanneer hij nét z’n draai heeft gevonden binnen de groep en écht zijn eigen plekje heeft, dat hij dan weer door moet naar de volgende groep, waar dan het hele rampenplan opnieuw begint. Ben ik heel erg als ik zeg dat ik daar eigenlijk hélemaal geen zin in heb? De groep waar hij zit is tot ongeveer 3 jaar geschikt. Waarom moet hij dan nu al over naar de echte peutergroep?

Ben ik terecht een beetje ‘bangig’ of moet ik er gewoon doorheen?

Over Rachelle

Achter Kaboutermama zit Rachelle. Samenwonend met vriend, kat, en lieve zoon (2015) en iedere dag is er wel een obstakel; is het geen peuterpuberend kind, dan is het wel de strijd tegen Ehlers Danlos; een ziekte waar ik iedere dag weer ruzie mee heb en iedere dag weer kunstjes door moet verzinnen om weer wat van de dag te maken. Daarnaast zijn er natuurlijk de 'normale' strubbelingen in het ouderschap, die voor iedereen herkenbaar zijn. Iedere dag proberen we er toch weer een feestje van te maken, en op deze blog probeer ik het taboe op spontane bevallingen én onzichtbare ziektes te doorbreken. Voor andere ouders, maar ook voor mijzelf.

5 reacties

  1. Ik snap je wel hoor vooral als hij de dingen herbeleeft. Daar heb ik evt een tip voor die hier goed helpt. In drukke perioden hebben wij een luchtbevochtiger met een paar druppels lavendel olie op de kamer staan van de tweeling. En dat werkt perfect tegen nachtelijk spoken en onrust

  2. Heel herkenbaar hoor, maar kinderen zijn zo flexibel, hij gaat zich prima redden! Al snap ik helemaal waarom je die beren op de weg ziet.

  3. Het is altijd even wennen. Heeft mijn oudste ook last van. Jammer genoeg kun je peuters nog niet heel erg voorbereiden, want dat doe ik namelijk altijd met de oudste. Probeer er zelf zo relaxed mogelijk mee om te gaan. Dan werkt het het beste!

  4. Terecht of niet, daar is geen sprake van. Het is jouw gevoel en die is soms lastig of gewoon niet te sturen. Hoogstwaarschijnlijk is het wennen voor zowel jou als je zoon, maar het komt vast goed.
    Michelle onlangs geplaatst…Ze is pittig en het komt goedMy Profile

  5. Pingback:Hij slaapt door, wat een genot! – Kaboutermama

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge