Revalideren begint met een lijst.

Revalideren begint met vragenlijsten, en een hoop artsen die daar wat van gaan vinden. En zelf vind ik daar ook wat van. Revalideren is confronterend, ben ik na 1 dag al achter gekomen. En dat is lastig, want niet alleen laat mijn lichaam me in de steek, maar voor mijn gevoel laat ik mijzelf in de steek. Vandaag heb ik fysiotherapie gehad, waarbij ze therapeute ging observeren hoe mijn conditie is, waar mijn zwakke punten liggen en wat mijn sterke punten zijn. Daarna mocht ik nog een uur op de thee bij de psycholoog. Daar werd ik wel even door wakker geschud. Ik roep altijd wel dat het goed gaat met me, maar van tijd tot tijd gaat het niet zo goed met me. En het is best lastig om dat toe te geven. Niet aan de rest van de wereld, maar aan mijzelf! Hoe vandaag verlopen is, lees je in deze blog.

Vanmorgen begon al goed; ik had me verslapen, dus moest als een speer me douchen, wat eten, en onderweg. Tijdens het douchen heb ik dus de keuze maar gemaakt om in m’n sportkleren met het OV erheen te gaan. Even voor de duidelijkheid; ik vind het vreselijk om in sportkleding in het openbaar gezien te worden. In mijn ogen hoort dat niet. Maar ja, je hebt weinig tijd en je moet wat. Dus ik ben, in een zeer charmante outfit (lees: zwarte broek met knal, en dan ook echt KNAL roze accenten en grijs met roze schoenen) met het OV gegaan. Ik schaamde me diep; nooit meer.

Eenmaal daar aangekomen was ik eigenlijk vrij wel direct ontspannen. Ik kan dit, ik moet dit kunnen. Wat kunnen we nou gaan doen. Een beetje fietsen en op een loopband had ze gezegd toch? Nou, dat is een eitje. Niet dus he, dat fietsen an sich is niet zo spannend, maar die hartslagmeter die erop zit, daar wordt je neurotisch van! net als de RPM (rounds per minute), daar wordt je ook he-le-maal kriegel van. Zodra mijn hartslag op 160bpm kwam, werd het tijd om te stoppen. Dat was in dit geval dus na 6 minuten. Niet omdat ik het niet uithield, maar iedere minuut werd de weerstand verhoogt. Zodoende ben ik dus op ‘level 4’ uitgekomen, wat niet onaardig is binnen 5 minuten. Maar omdat mijn hartslag (waarschijnlijk ook door het haasten) zo snel al die piek van 160bpm haalde, werd het tijd om daarmee te stoppen. We wisten nu in ieder geval wat ik qua fietsen kon, en dat viel de fysiotherapeute niet tegen. Mij wel; ik kan toch wel een potje fietsen. Maar ik snapte tegelijkertijd ook wel waarom er zo voorzichtig mee om gesprongen werd; ik was net een kwartier binnen, ik had nog even te gaan.

Toen kwam het ergste wat ik ooit heb meegemaakt. En dat is dus nog erger dan in trainingsbroek met het OV gaan of een baby met een gigantische lekluier; balansoefeningen. We gingen fijn kijken hoe het met mijn ‘core stability’ is gesteld. Dat kan ik heel kort samenvatten; die ‘core stability’ is dus gewoon niet aanwezig. Bij iedere oefening (een wiebelkrul, een wiebelplank, op één been staan en een balletje heen en weer overgeven) compenseert mijn hele lijf en draait alles in mijn lichaam mee. En als het niet meedraait, dan zet het zich met iedere spier die dat ook maar kan, schrap om te kunnen blijven staan. Dat deed best een beetje pijn. Niet eens zozeer fysiek (al moet ik zeggen dat ik het wel ging voelen in mijn gewrichten al), maar meer mentaal. Is het dan écht zo slecht met me gesteld? En weer dat stemmetje in m’n hoofd.. ‘Je kan toch wel 10 tellen op 1 been staan’. De therapeute zei meerdere malen dat ik wel moest stoppen als het te moeilijk werd. Maar zeg maar eens tegen jezelf om te stoppen, als je bij tel nummer 4 bent. Dan stop je dus écht niet. Wat zijn 10 tellen nou?

Zodra ik dat allemaal overleefd had (en dat was best pittig) mocht ik weer even zitten. Gelukkig op een normale stoel, want die wiebelstoel schrok ik echt flink van. Verdorie, dat was moeilijk. Die gewone stoel was gewoon een beloning voor het harde werken. Toen m’n hartslag weer wat gezakt was, mocht ik nog op de loopband. De laatste loopband waar ik op heb gelopen, werd er gewerkt met ‘hellingen’. Dat blijkt dus helemaal niet zo geweldig voor mensen met mijn klachten te zijn. Heeft de vorige fysiotherapeute goed gedaan, niet dus; bedankt hè Maartje! De loopband was wel écht een eye opener voor me. De vorige fysio noemde me een platvoet, maar blijkbaar ben ik een platvoet met een reden; op die manier houd ik mijn balans! Met korte, kleine pasjes en platte stappen bleef mijn coördinatie helemaal prima op mijn eigen tempo. Toen het tempo wat verder omhoog ging, moest ik grotere stappen maken en dus ook meer afrollen met mijn voet. Hopeloos was het niet, maar ik merkte aan mijzelf wel een gigantisch verschil. Ik had gewoon moeite met mijn voeten normaal neer te zetten, het tempo bij te houden, en terwijl die coördinatie weg begon te raken, kwam bij mij de pijn opzetten. Gelukkig was dat ook direct het moment om te stoppen. Weer een flinke confrontatie met mijzelf; ik kan toch wel een stukje lopen?

Al met al was de fysiotherapeute erg tevreden hoor; ikzelf alleen niet. Waarop ik een hele moeilijke vraag kreeg; waarom moet ik dat van mijzelf kunnen? Dat is een vraag waar ik nu ’s avonds nog steeds geen antwoord op heb. Geen zinnig antwoord in ieder geval; ‘omdat ik vind dat ik dat moet kunnen’ is namelijk geen zinnig antwoord op zo’n vraag.

Aansluitend volgde het gesprek met de psycholoog. Aardige man, een die duidelijk verstand heeft van wat hij doet. Toch best wel prettig. Ook dit was weer behoorlijk confronterend. Ik wist dat ik wel met het een en ander nog zat, maar dat dit toch best hoog op kon lopen en dat dit blijkbaar ook effect had weer op de pijn, dat had ik niet verwacht. Ik dacht dat ik er inmiddels toch wel behoorlijk mee kon dealen, maar dat viel me weer tegen. Ook hier kwam weer meerdere malen de vraag ‘waarom vind jij van jezelf dat je dat moet (kunnen) doen?’.

Het gesprek met de psycholoog zal ik niet teveel uitdiepen, omdat dit slechts een begin was, en ik daar eigenlijk dus nog te weinig kennis van heb (over mijzelf) om dit goed te kunnen verwoorden. Wat er wel heel duidelijk uit is gekomen is dat ik ten eerste nog steeds enorm boos ben op mijn ouders. Boos, maar daardoor ook verdrietig. En daardoor dus weer boos. Die cirkel gaan we proberen om open te breken. Niet op te lossen, maar open te breken. Het randje eraf, zoals de psycholoog het noemde.

Maar bovenal, ga ik de komende 3 maanden met hem werken aan pijn & pijngedrag; hoe ga ik om met de pijn, en hoe zorg ik ervoor dat ik grip op de pijn krijg. En last but not least; mijn zelfbeeld, en wat liever worden voor mijzelf. Ik ben niet ‘stom’ omdat ik ontspan door netflix of een spelletje op m’n telefoon. Ik ben niet ‘stom’ omdat ik geen opleiding heb af weten te ronden. Ik ben niet ‘stom’ omdat ik gestopt ben met paardrijden. Ik ontspan met netflix, net als het gros van de wereld. Dat is niet stom, daar hoef ik me niet voor te schamen, dat is helemaal prima. Het is niet erg dat ik geen opleiding nog heb afgerond; ik ben nog niet dood. Ik heb daar nog alle tijd voor, om nog eens wat te beginnen. En ik ben niet stom omdat ik ben gestopt met paardrijden. Maar ik laat me wel leiden door angst.

Het uitspreken dat ik niet stom ben, doe ik hier overigens wel heel stoer, maar dat wil nog niet helemaal bij me landen. Misschien dat ik het daarom zo opschrijf; zodat ik het nog eens terug kan lezen. En nog eens, en nog een keer, en misschien nog wel tien keer, als dat nodig is.

Ik heb hier vertrouwen in, ik durf te wedden dat ik dit kan. Niet omdat ik het moet kunnen, maar omdat ik niet de enige ben, die hiermee zit. Ik ben niet de enige met pijn, en ik ben niet de enige met verdriet om de pijn. En ik vind het heel verdrietig, en ook enorm oneerlijk, dat ik dit heb; ik ben moeder, ik zou gezond en fit moeten zijn. Ik zou niet in een revalidatietraject terecht moeten komen vanwege chronische pijn, hypermobiliteit en constante vermoeidheid. Maar ik heb het wel. En ik kan hier best wel een partijtje mee knokken; kom maar op met die klotepijn; helemaal weg gaat het niet, maar ik kan het wel een kopje kleiner maken. Zodat ik zelf kan groeien.

Over Rachelle

Hoi! Ik ben Rachelle, en ik blog net als vele andere moeders (en vaders) over het ouderschap; vaak vind ik het enorm leuk, maar soms is het vreselijk zwaar en pittig. Op mijn blog deel ik het ouderschap zoals het is; eerlijk, met humor, en soms (ietwat) grof.

2 reacties

  1. De eerste wiebelige stapjes zijn gezet. Een paar naar voren en af en toe weer een stapje terug. En aan het eind van de rit als beloning een keer op Frodo van je paardenangst af komen!

  2. Kan me voorstellen dat het heel confronterend is. Mijn moeder moet dit najaar ook revalideren. Het liefst doet ze dat in haar eigen huis, ze kan niet zo goed tegen ziekenhuizen en revalidatiecentra. Liefs Pien

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge