Taalvaardigheid; mama moet op d’r woorden letten!

Kinderen zijn net papegaaien af en toe; je zegt wat, en voor je het weet zeggen ze het na. Dat heeft alles te maken met de passieve en actieve woordenschat. Deze zijn allebei bij onze knul aanzienlijk goed in orde, hij begrijpt echt al een hoop, maar zégt zelf ook al een hoop. En dat betekent één ding; heel goed op m’n woorden passen… 

Het bespreken van het avondeten bijvoorbeeld

Ik kan wel direct beginnen met alle vreselijk lelijke woorden die ik zeg, maar laten we eens met iets simpels en onschuldigs beginnen. Het avondeten bespreken bijvoorbeeld. Iets wat we inmiddels maar beter via Whatsapp kunnen doen, want op het moment dat ik ook maar iets zeg dat lijkt op patatjes of pizza, begint onze peuter te zingen ‘patatjes, patatjes, pataaaaatjes’. Volgens mij kent ie het woord patatjes. Nu kan je denken ‘het is een peuter, hij heeft niets te willen’, maar als hij eenmaal zijn zinnen ergens op heeft gezet…. Breng hem dan maar eens er vanaf. Het komt er dus op neer dat we het P-woord niet meer kunnen zeggen. Vreselijk, maar niks aan te doen.

Als we het hebben over bepaalde TV series (lees: brandweerman Sam of Thomas de Trein)

Op het moment dat je alleen maar het woord ‘brandweer’ zegt, begint het alarm af te gaan in zijn hoofd ofzo; het brandweerman Sam alarm welteverstaan. Knap onhandig, want ook dan is hij niet meer van zijn stuk te krijgen en blijft hij erbij dat hij dat nú wil zien. Inmiddels geef ik er niet meer zo snel aan toe, wat resulteert in een driftbui waar Honey Boo Boo jaloers op zou zijn…

Je kunt veel meer een ‘gesprekje’ voeren met ‘m!

Dat vind ik dan wél weer enorm leuk; het worden steeds meer ‘gesprekjes’ die je kan voeren. Ik kan steeds meer uitleg geven, waarom we iets wel of niet gaan doen. En ik krijg dan vaak ook een heel (brabbel)betoog terug, waarom hij het tegenovergestelde vindt. Ik vind het wel fijn nu ik hem meer uit kan leggen, maar vind het tegelijkertijd ook vreselijk vermoeiend. Leuk, zo’n kind wat o-ver-al een weerwoord op heeft… Maar hoe vervelend ik het soms ook vind, het is wel heerlijk om te zien hoe hij ontwikkelt en hoe snel hij ook nieuwe woorden begrijpt én gebruikt. Soms klopt er natuurlijk helemaal niets van, maar hoe vaker we het herhalen, hoe beter hij het snapt. Ook kinderliedjes gaan steeds leuker; hij loopt dus de hele dag ‘hi hi hi, hahaha’ te zingen. Gevolgd door een onherkenbaar gebrabbel wat ongetwijfeld ‘ik stond erbij en ik keek ernaar’ moet voorstellen.

Ook de volgorde van getallen kent hij steeds beter. Als ik hem optil of als hij zelf de trap op of af loopt, tel ik altijd de traptreden hardop voor ‘m. Inmiddels is zijn favoriete getal ‘zes’, maar komen we ook verder dan zes? Absoluut! 1 tot en met 5 moet ik zelf nog opnoemen, dat wil hij er niet zo handig uitflappen, zes gaat echter volg enthousiasme. Als ik dan zeven zegt, komt er heel blij ‘acht’ uit z’n mond en wanneer ik opvolg met 9, roept hij keihard ‘tien!’ en is dan zo trots als wat natuurlijk.

Stimuleren door voor te lezen

Ik lijk wel zo’n pedagogisch verantwoorde moeder, maar het helpt echt om ze boekjes voor te lezen. Nog los van dat ik het zelf gewoon leuk vind om al die kinderboekjes in huis te hebben, merk ik dat hij gewoon heel snel de woorden oppakt en aangeeft wélk boekje hij wil lezen. En dan niet alleen ‘nijntje’ maar ‘nijntje opa oma’. Dat is dan Opa & Opoe pluis (Nijntje op z’n Rotterdams). Ik moet het dan echt niet proberen om een ander boekje te pakken, want dat is níet het boekje waar hij om vroeg, en die hoeft ‘ie dus niet te horen of lezen… Oh zo fijn dat eigen willetje…

En dus moet mama opletten…

Want mama gooit er nog wel eens een ‘kut’ uit. Of een ‘kak’. Kutzooi, is ook een favorietje als ik weer eens wat laat vallen of m’n teen/scheen/knie/noemhetmaarop stoot op zo’n manier dat je zeker weet dat je teen er minstens af is gevallen, zoveel zeer doet het. Dat moet ik écht af gaan leren, en wel heel snel, want hij zet z’n passieve woordenschat op dit moment heel rap om naar een actieve woordenschat. Dat is zo eenvoudig niet, ik heb het er altijd uitgeflapt zonder erover na te denken, en dat is best even wennen.

En ik zal het ook maar gelijk toegeven; het lukt me voor geen meter. Ik slik m’n woorden inmiddels iets vaker in, maar er flapt wel eens een ‘kutzooi’ uit. Terwijl m’n kind wakker is ja. Shame on me.

Over Rachelle

Achter Kaboutermama zit Rachelle. Samenwonend met vriend, kat, en lieve zoon (2015) en iedere dag is er wel een obstakel; is het geen peuterpuberend kind, dan is het wel de strijd tegen Ehlers Danlos; een ziekte waar ik iedere dag weer ruzie mee heb en iedere dag weer kunstjes door moet verzinnen om weer wat van de dag te maken. Daarnaast zijn er natuurlijk de 'normale' strubbelingen in het ouderschap, die voor iedereen herkenbaar zijn. Iedere dag proberen we er toch weer een feestje van te maken, en op deze blog probeer ik het taboe op spontane bevallingen én onzichtbare ziektes te doorbreken. Voor andere ouders, maar ook voor mijzelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge