Open brief aan het UWV…

Beste verzekeringsarts van het UWV…

Beste arts van het UWV. U heeft me nogal overrompelt. Een dag vóór het spreekuur kreeg ik ineens de oproep, telefonisch, om me te melden. Dat moest allemaal ineens heel snel, anders zou ik al mijn rechten kwijtraken. En dus kwam ik op spreekuur. Met een vriendelijke glimlach en een stevige handdruk kreeg ik eindelijk het idee dat u me wél serieus zou nemen. Maar dat had ik toch een partij verkeerd.

Wanneer protocollen boven het menselijke gaan….

Het UWV heeft een hoop taken en zaken laten liggen. Dat zal ik u niet persoonlijk aanrekenen, maar de gehele organisatie. Er is onvoldoende voorlichting in de rechten, plichten en wat de “regels” nou exact zijn. Daarnaast weten jullie zélf het stappenplan niet eens, dat is toch van de zotten? Wat er op internet staat? “Jullie” hebben geen idee, dat bleek maar weer.

Jullie volgen protocollen. Dat is me duidelijk en absoluut niet erg, maar het zou fijn zijn als jullie ook naar het bredere plaatje kunnen (of beter gezegd: willen) kijken. Volgens jullie eigen “protocol” had ik een re-integratiemedewerker moeten krijgen. Of een re-integratiecoach, zoals dat zo mooi heet bij jullie. Maar deze kreeg ik niet. Sterker nog, toen ik daar zelf om vroeg telefonisch hoorde ik nog net geen ogen uit oogkassen vallen en werd ik afgedaan met “oké, iemand zal u terugbellen want tja, ik kan niet doorverbinden”.

Vrijwilligerswerk?

Een week later kreeg ik een telefoontje, met de mededeling dat ik vrijwilligerswerk mocht doen. Maar geen woord over een plan om het werk weer op te bouwen. Dat is, zo blijkt nu, aan een werkplek zelf om dat op te lossen. Ongeloof, dat is het enige woord dat ik voor deze gang van zaken over heb nu ik het even heb kunnen laten bezinken.

Want er is geen hond die een arbeidsbeperkte (want dát is nou eenmaal het verhaal) vrijwilliger aan boord houdt. Vrijwillig betekent namelijk bij bedrijven níet vrijblijvend, er wordt gewoon op je gerekend en daar kun je het mee doen. Ze staan daar dus absoluut niet om me te springen. Als een plek, waar ze níet voor me hoeven te betalen, me al niet aan boord wil hebben, hoe verwacht u dan dat ik nog aan het werk komt meneer de verzekeringsarts?

Wederom wat testjes van het internet

Weet u meneer van het UWV. U bent niet de eerste verzekeringsarts die ik heb gesproken. Of nee, wacht, volgens het BIG register bént u niet eens verzekeringsarts, maar bent u basisarts. Géén verzekeringsarts of “verzekeringsgeneeskundige”. En wéér heeft u besloten dat u géén informatie bij mijn reumatoloog, klinisch geneticus of überhaupt huisarts op wil vragen. Aan de hand van een paar testjes heeft u besloten dat ik best in staat ben om zwaardere dozen op te tillen, terwijl ik niet eens de volledige kracht in m’n handen heb om uw vingers flink fijn te knijpen.

Dat is namelijk het gevaar van zulke testjes. U heeft mij níet meegemaakt toen ik nog niet “beperkter” werd in mijn doen en laten. U heeft me niet gezien in mijn topjaren, die inmiddels al een poosje over zijn. Nee, u heeft mij alleen gezien toen ik ziek was. Wat is dat nou voor een vergelijk? Ik word vergeleken met volwassenen, volwassen mannen die zich verzekeringsarts durven te noemen. Die een paar testjes op het internet hebben gevonden en deze uitvoeren.

U vroeg mij in het gesprek, hoeveel uur ik zou willen kunnen werken en wanneer ik denk dat ik dat kan. Ik gaf aan dat ik op dit moment zélf bezig ben om mijn lijf op te bouwen, om mijn lijf voor te bereiden op een werkritme, omdat het UWV dit verzuimt te doen, en dat ik héél graag weer 16 tot 24 uur per week wil kunnen werken. Ik heb me erbij neergelegd dat ik niet meer fulltime kan werken en dat is helemaal prima, daar heb ik vrede mee. Maar ik geef ook aan dat ik op dit moment nog niet aan die 16 uur per week kan komen, mits ik ook nog een vorm van kwaliteit van leven over wil houden.

Daar heeft u geen boodschap aan.

Mijn kwaliteit van leven, dat maakt u niet uit toch? U volgt gewoon het advies van uw voorganger; ik ben fit genoeg om te lopen, dus ook om te werken. U zet me nog net niet neer als een luilak die d’r handje maar wat graag ophoudt. Maar dat ik verdorie al een jaar bezig ben om mijn lijf weer op pijl te krijgen, van de pijnstillers af ben gekomen voor zover dat gaat in een jaar tijd. Het feit dat ik m’n dagtaken nog steeds op moet splitsen en nog steeds uitgeblust ‘s avonds ben, dat is van ondergeschikt belang. We zijn allemaal wel eens moe, we hebben allemaal wel eens pijn, dat bent u met uw voorganger eens.

In de documenten en de verslagen en rapporten die ik van u en uw collegae krijg ,wordt nérgens erkend dat ik daadwerkelijk ziek ben. Er wordt geen woord gesproken over Ehlers Danlos, want dát is de ziekte die ik heb. Noem het beestje bij de naam, zo erg is dat niet. Ik ben niet terminaal, maar ik ben wel arbeidsbeperkt dóór Ehlers Danlos. Maar waarom kan niemand dát eens op papier zetten? De ziekte wordt door jullie in geen enkel rapport benoemd.

Boos, verdrietig, emotioneel.

En dan word ik boos ja. Vindt u dat vreemd? Wanneer ik u vraag welke baan u mij dan aan gaat bieden, krijg ik de mededeling dat het geen winkel is daar, en dat uw oordeel is dat ik weer terug mijn oude (winkel)functie in kan. Grappig, want uw voorganger gaf weer aan dat het advies was om uit te kijken naar een andere functie omdat ik mijn eigen functie volgens de heer van L niet meer uit kan voeren.

Wanneer ik vraag aan u welke werkgever mij aan gaat nemen zolang ik nog niet volledig inzetbaar ben, geeft u aan dat de aanpassingen aan de (nieuwe) werkgever zijn. De nieuwe werkgever moet dat maar oplossen. Maar u wilt geen antwoord meer geven op mijn vragen. Wanneer ik vraag welke werkgevers hij dan kan adviseren, waar ik aan het werk kan, wordt mij dringend doch vriendelijk verzocht de ruimte te verlaten.

En zo eindigt het gesprek en mag ik het zelf maar uitzoeken. In de wachtruimte zie ik anderen ook de ruimtes uit lopen. Lachend, en heel soepel en energiek. Hun kinderen tillen ze op, en ze hossen door de gangen heen, op naar buiten; ze zijn nog even langer ziek, aldus het UWV.

En ik? Ik ben “genezen” verklaard. Echt, beste heren van de “verzekeringsgeneeskunde”…. Jullie zouden busreizen moeten organiseren. Misschien kunnen jullie mij dan genezen, want de beste artsen die ik me kan wensen van het Erasmus, die krijgen het nog niet voor elkaar.

 



Laat je een reactie achter?

%d bloggers liken dit: