Alsof er een kaartenhuis instort…

Iedere week neem ik jullie mee in mijn revalidatie. Het heet een revalidatietraject, maar dat volg ik niet omdat ik een ongeluk heb gehad hoor! Geen nood, al mijn armen en benen zitten nog precies waar ze moeten zitten. Ze functioneren alleen niet zoals ze zouden moeten. Ik heb Ehlers Danlos Type 3 wat onder andere inhoudt dat ik hypermobiel ben aan een hele hoop gewrichten. Doordat die gewrichten zo los zijn, is daar de afgelopen jaren zoveel pijn en ongemak bij komen kijken dat ik nu de pech heb constant pijn te voelen. In dit revalidatietraject gaan ze mij handvaten geven om om te gaan met de pijn, de aandoening, én gaan we dus mijn lijf (en hoofd) trainen. En dat is best pittig!

Deze week zou een volle, drukke week worden; voor het eerst deze week zou ik twee keer naar revalidatie moeten, op de woensdag en de vrijdag. Op de woensdag de psycholoog & fysiotherapie, en op vrijdag alleen fysiotherapie. Dat betekent dat ik op woensdag toch al bijna 4 uur onder de pannen ben, en op vrijdag ‘maar’ anderhalf uur. Ik ervaar het niet als vervelend. Soms is het wel heel pittig, vooral bij de psycholoog ben ik wel echt gesloopt omdat er zó veel naar boven komt, maar het trainen onder het toeziend oog van m’n superfijne fysiotherapeute vind ik echt heerlijk, en geeft me weer vertrouwen dat mijn lijf wat kan.

De sessie bij de psycholoog vond ik leuk. Klinkt dat raar? Het was gewoon heel prettig. Even erover gehad hoe de week was gegaan, of er nog bijzonderheden waren, en toen gingen we naar pijn en vermoeidheid, en dat ik mijzelf soms, zonder zinnige reden, overvraag. Zo vond ik vorige week dat niet alleen de opslag in huis anders aangepakt moest worden, maar wilde ik ook eigenhandig een kast een stukje omhoog tillen en de boekenkast helemaal anders inrichten omdat ik het van het een op het andere moment zat was dat alles een rommeltje was en ik gewoon een ‘normale’ woonkamer wilde. De psych moest daar wel om lachen en wilde nog wel een keer terugkomen op dat ‘normale’ maar daardoor kwamen we wel een stukje verder; waarom ik dat allemaal moet van mezelf, en wat ik nog meer moet op een dag. Zo moet ik van mezelf iedere dag iets leuks doen met de kabouter, moet ik opruimen van mezelf, bij voorkeur koken (niet dat ik er goed in ben, maar hey), helpen op de zaak, mezelf verzorgen en er dus ook netjes, verzorgd uitzien, wil ik dat onze kabouter er ook netjes en verzorgd uit ziet (en bij voorkeur ook stijlvol), moet ik van mezelf bloggen, sociale contacten onderhouden, werkmail beantwoorden, kaboutermail beantwoorden én privé mail beantwoorden, leuke dingen opzoeken die we nog kunnen doen en daarnaast moet ik ook nog van mezelf een leuke serie kijken, veel foto’s maken van de kabouter (om later maar niks te hoeven missen en zodat er fotoboeken vol zijn), ohja, ik moet nog steeds z’n foto albums verder inplakken, mezelf dwingen om te ontbijten en te lunchen (wil ik eigenlijk nooit), gezónd eten in plaats van zoete troep naar binnen werken, en ook nog oefeningen doen, boodschappen doen, en eigenlijk zou ik ook wel wat willen leren.

Je kunt je voorstellen dat ik aan 75% niet toekom, wat resulteert in een mislukt en falend gevoel. Door dat gevoel kom ik in een negatieve spiraal terecht (logisch) wat de pijn enorm triggert, en ervoor zorgt dat ik eigenlijk steeds grotere lijstjes opstel maar steeds minder voor elkaar krijg. En daardoor word ik enorm moe. Moe van de pijn, moe van het mislukken, moe van mezelf. De psych vroeg me te omschrijven wanneer ik merk dat ik ‘moe’ ben en hoe ik dat dan merk, en of dat gewoon een beetje moe is, of helemaal op. Ik vergeleek het met een kaartenhuis, waar je 1 kaart uit haalt en dat dan het hele kaartenhuis in stort. Zo voel ik me op het moment dat ik intensief bezig ben geweest (met dus kasten tillen en een boekenkast opnieuw inrichten) en dan even ga zitten; ik ga zitten en de energie is weg. De fut is eruit, het kaartenhuis is ingestort. Dat was geloof ik precies waar hij me wilde hebben, want daarop konden we voort borduren. Ik moet, hoe gek dat ook klinkt, m’n lijf gaan leren dat pijn niet betekent dat iets stuk gaat. Dat gaat een héél lang leerproces worden, want mijn lijf weet niet beter dan dat pijn betekent dat er óngetwijfeld iets kapot aan het gaan is.

En, om dat te helpen heb ik dus een drietal opdrachten gekregen; joepie! Ik moet een lijstje maken met alles wat ik op een dag moet, buiten het gewone verzorgen (eten geven,verschonen) van onze kabouter. Mijn lijstje begint dus met ‘ik moet een lijstje maken’, want tja, dat moet ik dus, hoe je het went of keert. Daarnaast moet ik dus ook aankruisen hoeveel van die dingen die ik ‘moet’ van mezelf, daadwerkelijk zijn gelukt. Ik kan je nu al vertellen dat dat maar weinig dingen zijn eigenlijk… Daarnaast moet ik verplicht koken, en daarbij 5 tot 10 minuten blijven staan (in plaats van tussendoor zitten of tijdens het koken zitten). Ik moet m’n lijf echt gaan aanwennen om dingen ook staand te kunnen doen, en dat dat niet per sé pijn betekent. Last, maar zeker nog least, moet ik om de dag wat me-time inplannen (nog meer wat moet, haha) en gewoon een kwartiertje erop uit trekken om te fotograferen. Iets wat ik heel leuk vind, maar gewoonweg niet meer genoeg doe; geen zin, want tja… Waarom eigenlijk? Ohja.. Geen fut, en fotograferen betekent staan, zitten, hurken, lopen en dat betekent pijn…

Dat gezegd hebbende ben ik ook nog goed aangepakt bij de fysiotherapeute, maar wel op een hele fijne en goede manier. Ik begin er echt lol in te krijgen en ik begin te ontdekken dat m’n lichaam daadwerkelijk iets kan, als ik het maar goed opbouw én goed aanleer!
Mijn rondje sporten begint als volgt: inmiddels mag ik 7 minuten op de loopband met een snelheid van 3,6 km/uur, waarbij ik echt let op de manier waarop ik m’n voeten neerzet en afrol. Mijn linkervoet heeft namelijk de neiging om plat op de grond te ploffen, en mijn rechtervoet heeft de neiging om te slepen, en als ik wat vermoeider ben ga ik zwalken en heb ik echt moeite met m’n voeten te coördineren. Vervolgens mag ik op 8 verschillende apparaten allerlei oefeningen doen. Nu nog zonder gewicht of met maximaal 5 kg eraan, maar als dalijk alles goed gaat, komt er wat (meer) gewicht op. Voor nu zijn het series van 7, 10 of 12 (verschilt per apparaat) en dat 3 keer. Dat voelt echt heerlijk kan ik je zeggen, zeker nu de series langer worden, want ik krijg nu het gevoel dat m’n lijf echt uitgedaagd wordt en sterker wordt. En dat ga ik ook terug zien nu in m’n lijf, wat natuurlijk mooi meegenomen is (toen ik nog paardreed had ik een sixpack en die wil ik eigenlijk wel weer terug). Na de krachttraining (daar ben ik zo’n half uurtje zoet mee, met een pauze tussendoor) heb ik inmiddels een kleine 8 balansoefeningen. Die kan ik niet zo waarderen, want die vergen enorm veel concentratie, kracht, en energie en zijn ook best gemeen als ik het zo mag zeggen. Het is heel confronterend om te merken dat je lijf toch best een stukje achterloopt met dingen die zo makkelijk zouden moeten kunnen. Maar het is ook wel weer goed, want ik zie direct waarom sommige dagelijkse dingen zoveel moeite kosten; m’n lichaam heeft die stabiliteit en balans helemaal niet. De training sluiten we af met fietsen. Niks geks met allerlei hellingen ofzo, maar gewoon op Level 1 (voorlopig) fietsen met een RPM van 60-65 en dat mag inmiddels al 8 minuten, volgende week hopelijk 9! Dat fietsen gaat me prima af. M’n hartslag ging de eerste keer (met 6 minuten fietsen) heel snel omhoog naar 130 bpm, maar inmiddels kan ik dus een goede 8 minuten fietsen waarbij m’n hartslag niet boven de 110 bpm uitkomt; valt me niet tegen van dat gekke lijf van me!

Afgelopen vrijdag had ik voor het eerst het idee dat ik nu wel écht m’n lijf uitgedaagd had, en ik was dan ook een beetje huiverig voor de pijnreactie die zou volgen, maar, ik moet zeggen… Dat viel me echt reuze mee. Ja, zondag was een minder leuke dag waarbij ik in de auto onderweg naar huis (we waren naar het Staelduinse bos geweest) met m’n arm dubbelgeklapt heb gezeten om de pijn maar ‘weg te duwen’, en na eerst goed door de pijn heen gelopen te zijn (de psycholoog mag weer tevreden zijn dat ik het netjes opvolg) heb ik toch echt die pijnstiller wel genomen, omdat ik toch wat bleek werd, maar ik moet wel zeggen dat ik voor mijn gevoel minder snel naar de pijnstillers grijp. Ik slik als pijnstiller Tramadol, en die wil je niet de hele dag door slikken, want je wordt er zo vreselijk suf van. Als ik last krijg en ik bedenk me dat ik m’n oefeningen nog niet heb gedaan, probeer ik éérst die oefeningen te doen. Het is zelfs een keer zo geweest dat het daarna namelijk over was! Scheelde me weer een pilletje en weer een suffe avond…

Als je me op Instagram volgt, kun je zo af en toe even meespieken naar wat ik nou doe tijdens die trainingen 🙂



Laat je een reactie achter?

Ik ben heel benieuwd naar jouw mening!

%d bloggers liken dit: