De basislijn is duidelijk; en dan?

Twee keer per week volg ik revalidatietraining, om mijn aandoening Ehlers Danlos Type 3, afgekort EDS (en dan met name de hypermobiliteit) te leren accepteren en hiermee om te leren gaan. Een belangrijk onderdeel van die acceptatie is wel het correct gebruiken van mijn gewrichten en spieren; en vooral hoe ik ze níet moet gebruiken. Omdat er (in mijn ogen) nog niet genoeg bekend is over deze aandoening én om anderen bewuster te maken van ‘onzichtbare aandoeningen’ zoals dat zo mooi heet, schrijf ik ook in mijn blog over mijn revalidatietraject.

Vorige week heb ik enkele oefeningen meegekregen die ik dagelijks, en wanneer mogelijk twee maal per dag, uit moest voeren. Ik mocht zelf bepalen hoevaak ik de oefeningen herhaalde, maar moest daarbij wel in mijn achterhoofd houden dat ik de rest van de dag nog wel moest kunnen lopen. Maar, wat ik ook niet moest vergeten, is dat ik mijzelf best een beetje uit mocht dagen en het soms juist goed is om net een beetje over het randje te gaan, om die grens toch een beetje te verleggen. Sommige oefeningen zijn echt een eitje, bijvoorbeeld de volgende oefening:

‘Staan op ongeveer 50 cm afstand van de muur. Plaats handen tegen de muur op schouderbreedte. Navel in. Buig de ellebogen en beweeg de schouders naar de muur. Houd de rug hierbij recht.’
Echt, dit is de fijnste oefening van de hele reeks. Ik kan mijn rug lekker stretchen (dan kraken mijn wervels nog even, heerlijk is dat) en hij is makkelijk uit te houden, waardoor het weinig moeite kost en ik mezelf daarin dus ook best kan uitdagen.

Niet alle oefeningen zijn zo leuk en zo gemakkelijk. Om er maar eentje te noemen:

‘Zijligging. Bekken stabiel en navel in. Schouder ontspannen en hand “over appeltje”(een bal). Dijbeen heffen tot horizontaal. Even vasthouden.’
Klinkt heel gemakkelijk, want het been hoeft echt niet gigantisch hoog omhoog. En eerlijk is eerlijk; wanneer ik mijn rechterbeen moet liften, gaat dat ook prima. Het is zwaar, dat wel, omdat ik me wel heel bewust ben hoeveel mijn lichaam overcompenseert met iedere beweging en ik er dus goed op moet letten dit absoluut niet te doen. Het vereist dus best een hoop denkwerk. Maar met alleen het rechterbeen ben ik er niet, ik heb ook nog een linkerbeen (ja, echt!), en dat gaat toch iets minder soepel. Ik heb daar namelijk al de eerste handicap zitten door de EDS; mijn linkerheup wil met het minste en geringste net even uit de kom. Ik heb dat ook heel lang als truukje gebruikt om lekker te kunnen zitten; dat zat zó lekker met m’n heup eruit gedraaid. Hartstikke funest natuurlijk, want je gewricht slijt verkeerd. En als je dus zo’n oefening wilt doen, moet dat met een flinke aanpassing, anders blijft hij ook tijdens die oefening eruit wippen, en dat was nou net niet de bedoeling van het hele revalidatietraject. Dus voor mijn linkerheup moet ik er een flink aantal kussens bij pakken en deze onder mijn onderbeen leggen, zodat deze eigenlijk al op een dusdanige hoogte ligt dat mijn heup niet meer uit de kom kán schieten. Het zal je dan ook niets verbazen dat ik die oefening net iets minder lang kan uitvoeren.

Nu zijn dat niet de enige oefeningen, maar het zijn voorbeelden van een makkelijke oefening en een moeilijke oefening. Voor een gezond en fit iemand is dit een eitje en zou dat prima moeten kunnen, voor mij is dit al topsport.

Dit moest ik een week volhouden en in die week mijzelf uitdagen en daarbij een goede balans zien te vinden. Tijd dus om mijn eigen lijf te leren kennen. Daaruit kwam een gemiddelde, en met dat gemiddelde werd een basislijn berekent. En die basislijn is dus wat ik iedere dag moet doen, en wanneer ik dat prettig vind, twee keer op een dag. Sommige oefeningen ligt de basislijn best laag, maar andere oefeningen is het echt een opgave.

Al met al was de therapeute wel erg tevreden overigens, met hoe ik mijzelf had uitgedaagd, maar ook aan had gegeven waar de grens was. Dat vond ze ook duidelijk te zien in de resultaten zoals ik ze opgeschreven had. Omdat ik aangaf dat ik er wel goed tegenover stond, zijn we de apparaten gaan opzoeken in de fysiozaal. Daar zijn we aan de slag gegaan met een ‘Rotary Torso Machine’. Ontzettend fijn ding, want ik voelde weer alles in m’n ruggewervel tikken, en dat gevoel staat voor mij zo’n beetje gelijk aan chocola eten. Daarmee moet je zitten, en je bovenlichaam stabiel houden, maar wel ‘roteren’ (vandaar ook de naam, duh). Dat wissel je af door eerst aan de ene kant een gewicht te doen, en daarna aan de andere kant. Daarmee gebruik je je schuine buikspieren (als ik het goed heb begrepen hoor, het is zó veel informatie) en ik kan je vertellen dat dat best hard werken is. Maar ik moet daarbij ook eerlijk zeggen dat ik sporten (goed, voor veel is dit niet eens de basis maar voor mij is dit topsport op dit moment) nog nooit zo prettig heb ervaren als nu. Dit was voor mij gek genoeg al best een goede uitdaging, maar omdat het ook nog eens lukte voelde ik me voor het eerst in tijden alsof ik toch écht wel iets kon qua sport en beweging.

De loopband is uiteraard ook aan bod gekomen, en hebben we mijn romp en schouder nog goed aan het werk gezet met iets wat je(met wat google werk) een Lat Pulley Station noemt. Dit was vooral lastig omdat je geneigd bent heel erg aan die stang te gaan hangen, terwijl het de bedoeling is dat je je eigen lijf draagt en dus niet naar achter hangt.

Al met al was het best wel weer pittig, maar heb ik ook in dat uurtje tijd een hele hoop over mijzelf en over mijn eigen lijf weer geleerd. Helemaal goed en pijnvrij word ik niet, en daar moet ik me ook écht wel bij neer gaan leggen, maar het is wel heel lekker om nu actief ermee bezig te zijn en ermee te trainen. Niet om de pijn weg te krijgen, maar om de grip op mijn lijf weer terug te krijgen.

‘s Avonds moest ik dat wel bekopen met een hoop gewrichtspijn in mijn knieën en enkels, dat dan weer wel. Dat was wel een beetje een domper op de goede dag, maar dat was de dag daarna alweer helemaal over. Ik had ook zowaar geen lage rugpijn dit keer, maar rugpijn ter hoogte van mijn schouderbladen. En dát vind ik niet erg! Tuurlijk, het doet pijn, maar ik weet dat dit niet alleen een beetje ‘EDS pijn’ is, maar dat dit ook een klein beetje spierpijn is. Mijn lijf heeft wat gedaan, en daar ben ik best een beetje trots op.

Vandaag wordt het een uurtje in de zaal (met de apparaten maar ook weer het fietsen) en nog een half uur een op een. Ik ben benieuwd hoe ik me daarna voel, maar voor nu mag ik best trots zijn op mijn lijf. En op mezelf ook wel.



Laat je een reactie achter?

Ik ben heel benieuwd naar jouw mening!

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: