De strijd tegen mijn lijf begint nu.

Het oogt misschien wat overdreven, en ik heb geen kanker of een andere levensbedreigende ziekte, maar het voelt wel als een strijd tegen mijn lijf. Een hele zware strijd, want ik moet ervoor zien te zorgen dat ik weer de baas word over mijn eigen lichaam. En soms vraag ik mezelf af of ik ooit wel de baas ga worden van mijn eigen lijf…

Ik heb pas één sessie gehad. Eentje maar, maar het voelt alsof ik al 10 sessies erop heb zitten in een paar dagen. En dat stelt me teleur, wat weer enorm frustrerend is. Ik ben boos, op mezelf, op mijn lijf, en wat er ook in de lucht zweeft, of dat nou God, Allah, of het Spaghettimonster is; ik vind het oneerlijk dat ik zo kapot in elkaar gezet ben. Alsof er een aantal lichamen total-loss waren en deze een beetje aan elkaar geplakt zijn, en ik het daar maar mee moet zien te redden. ‘Sorry, de onderdelen waren op, hier zijn wat restanten, die zullen ook vast wel functioneren’. Zo voelt het op dit moment in ieder geval wel.

Om maar even bij het begin te beginnen; afgelopen woensdag mocht ik weer naar het revalidatiecentrum, want ik zou een teruggavegesprek krijgen en een startgesprek. De therapeut gaat dan met je bespreken of je een geschikte kandidaat bent voor het traject, maar gelukkig ben ik voor dit blijkbaar de ‘perfecte’ kandidaat. Ik weet nog niet of ik dat als een compliment moet opvatten, maar prima. Ik had er alleen niet op gerekend dat ik ook aan de bak zou moeten, dus ik zat daar in mijn hele nette outfit (panty, jurkje, gympen) en toen moest ik de sportzaal in. Ik weet nu dat ik zelfs in een jurkje enorm charmant eruit zie als ik aan het fysio’en ben; je kan het maar nodig hebben.

Het teruggave/start gesprek was erg confronterend. Er stond niet zozeer iets nieuws in; ik weet zelf ook waar ik dagelijks tegenaan loop, en wat ik wel en niet kan, maar om dat zo op een rijtje te zien(uitgeschreven over bladzijdes op a4 formaat) was best confronterend. Ik voel mij niet gehandicapt, ik wíl mezelf ook niet gehandicapt noemen of voelen, en ik wil zeker niet door anderen gehandicapt genoemd worden. Maar als ik het zo doorlees, moet ik toch echt mezelf even tot de orde van de dag roepen; ik kan mezelf dan wel niet gehandicapt willen noemen, maar ik ben wel beperkt. En daar moet ik nu toch echt eens mee op gaan letten.

Naast dat er uitgebreid beschreven staat wat ik voornamelijk níet kan, staat er ook goed en uitgebreid beschreven wat de doelen zijn voor de komende drie maanden. Ik had echt geen wonderen verwacht, heus niet, maar wanneer je op papier ziet staan dat één van de doelen is, om een uur te kunnen stan met 25% vermindering van de klachten, dan stort mijn wereld toch een beetje in. Vijf-en-twintig procent is niet heel veel. Dat betekent dat de klachten er nog voor 75% zullen zijn en blijven. Dat betekent nog steeds behoorlijk wat pijn en ongemak. Ik verwacht echt geen wonderen of een pijnvrij leven, en ik ga er ook echt helemaal open in, in dit traject, met vol vermogen, maar om dit zo te lezen… Daar neemt mijn vermogen toch wel een beetje van af. Het frustreert me enorm, ook al weet ik dat dit er in staat, omdat dit een haalbaar doel is. Het is niet realistisch om binnen 3 maanden de klachten met 75% te laten verminderen. Dat weet ik echt wel, maar ik word er zo boos van.

Tijd om erbij stil te staan en om me door mijn emoties te laten lijden, had ik niet, want het was tijd om door te gaan met de oefeningen. Ik kreeg een tiental oefeningen die ik dagelijks uit moet voeren, om mijn spieren wakker te gaan maken en een ‘basis’ aan te leggen. Het zijn zulke simpele oefeningen, ik denk dat de gemiddelde persoon dat met twee vingers in zijn neus doet en er vervolgens nog bij gaat touwtje springen omdat het niet uitdagend genoeg was. Voor mij betekent het echter dat ik al sinds woensdag helemaal op ben. Mijn ballon is geknapt, zoals de therapeut dat dan zegt. Gelukkig mag ik zelf bepalen hoe vaak ik de oefening herhaal en moet ik verplicht stoppen als ik aanvoel dat iets teveel gaat worden. Dat betekent soms dat ik prima door kan gaan, maar dat ik met het oog op de rest van de dag dan moet besluiten om mezelf niet verder uit te dagen en het daarbij te laten. En ook dat is weer frustrerend, maar dat is iets waar de therapeuten me gelukkig doorheen gaan helpen daar. En dat is enorm fijn, want het voelt alsof ik nu wel vooruit kan gaan kijken. Al is het maar een klein stapje en blijf ik daarna de rest van mijn leven stil staan; ik ben dan in ieder geval een klein stapje vooruit gegaan, en vervelender dan nu kan het niet worden, toch?

Om mezelf toch een beetje op te vrolijken en om het traject een stuk aangenamer te maken, heb ik mezelf wel vrijdag nieuwe sportkleding cadeau gedaan. Ik heb nog nooit sportkleding gekocht, maar het was een grappige ervaring. Ik ben tot de conclusie gekomen dat voor alle leuke broeken, mijn pootjes veel te kort zijn, en dat een driekwartsbroek bij mij dus prima dienst doet als een lange broek. De foto bespaar ik jullie, want ik moet eerst nog even wat kleur opdoen (ik geef nu zo’n beetje licht in het donker).

Voor nu ga ik maar eens mijn wonderpil zoeken, mijn grootste vriend in pijnlijke tijden, en even soezen op de bank. Morgen weer een dag 🙂



Laat je een reactie achter?

Ik ben heel benieuwd naar jouw mening!

%d bloggers liken dit: