Revalidatie; is de eindstreep in zicht?

De tijd vliegt echt voorbij, en zo komt het dat we alweer bijna 3 maanden bezig zijn met het revalidatietraject. Drie lange, maar tegelijkertijd ook drie hele korte maanden, waarbij ik een hoop heb geleerd over mezelf, m’n lijf maar ook over de maatschappij. Drie maanden waarvan ik liever nog niet had gehad dat ze over waren geweest, want voor mijn gevoel ben ik er nog lang niet. Aan de andere kant; volgens mij ga ik ‘er’ ook nooit komen, wat ‘er’ ook is. Hoe heb ik het traject ervaren, wat moet er nog gebeuren en wat zijn de vooruitzichten?

“Revalideren, dat betekent dat je beter bent daarna en gewoon weer kan gaan werken.” Een práchtige uitspraak van een ‘arts’ van een niet nader te noemen organisatie (al weten we denk ik allemaal over welk bedrijf met drie blauwe letters ik het heb) die niet eens de moeite nam om mijn dossier te lezen. Want één ding ben ík in ieder geval wel achter en dat landt nu ook eindelijk; ik word niet ‘beter’. Ik kan niet ‘gewoon’ weer werken. Daar komen toch nog wat haken en ogen aan te pas. Wél weet ik dat er vooruitgang is geweest en dat ik heel anders in het leven sta, dan voor deze drie maanden. Gelukkig mag ik nog een beetje tijd smokkelen en blijf ik op het revalidatiecentrum sporten tot 1 september. Daarna houdt het echt volledig op en moet ik het zelf doen. Maar wat is er nou veranderd?

Sowieso is er op fysiek vlak natuurlijk een hoop veranderd. Ik ben vanaf het nul-punt gaan trainen, onder super goede begeleiding. Er werd heel goed gekeken naar hoe mijn lijf op dat moment functioneerde, en ik werd daardoor ook direct met mijn neus erop gedrukt; mijn lijf functioneerde helemaal niet goed. Sterker nog, met alles wat ik deed sloopte ik eigenlijk weer een stukje lijf. Op één been staan? Vergeet het maar. Rotatie in m’n bekken (wat weer enorm belastend is voor de rest van m’n lijf) maar ook daardoor verkramping in m’n tenen van het been waar ik op stond, en verzuring in het bovenbeen; mijn been kon dat helemaal niet aan. Lopen ging op een slakkentempo, met hele platte, kleine pasjes, en fietsen…. Oh help, fietsen… Dat had ik al bijna een jaar niet meer gedaan, voor goede reden. Maar stukje bij beetje werden de spieren wakker gemaakt, en werden ze getrained. Eerst met gewicht wat helemaal niets voorstelde, maar later steeds een beetje meer. En de kracht zat hem in het herhalen. Iedere keer drie series per apparaat, en de tweede serie was altijd het lekkerst; die ging het makkelijkst. De derde serie werd dan wel heel vermoeiend, maar de euforie die je voelt als het vervolgens wel is gelukt is waanzinnig; ik snap nu hoe crossfit of sportscholen verslavend kunnen zijn, want dat gevoel is gewoon super lekker!

Even een kleine notitie; mijn eerdere ervaringen met fysiofitness zijn niet zo heel erg denderend. Voorheen ben ik bij ‘Maartje’ in behandeling geweest. Aardig mens hoor, maar zij had zich internet een beetje ingelezen en op basis daarvan besloten dat ze mij ‘vast wel kan behandelen’ en dat zou gezien mijn sportieve verleden een eitje moeten zijn. Daarmee heeft ze echter meer stuk gemaakt (onbewust, hoop ik) dan ze daadwerkelijk gerepareerd heeft, want hoe kan je iemand zonder training nou een plaat van 25 kilo laten wegduwen met de benen. Dat is de helft van mijn lichaamsgewicht, is daar niet wat training bij nodig? Nee, dat was echt zonde van mijn tijd, geld, maar ook van m’n vertrouwen. Want dat maakt toch dat je wat wantrouwend tegenover fysiofitness staat. Afijn, dat viel bij dit revalidatiecentrum dus enorm mee en ik kreeg er weer plezier in. Kan ik al uren achter elkaar staan of lopen of zitten? Absoluut niet. Maar, dat was het doel ook niet, althans dat moet ik mezelf echt blijven vertellen.

Afijn, puntje bij paaltje komt het erop neer dat mijn spierkracht (en dus spiermassa, hallooooo buikspieren en halloooooo spierballen!) toegenomen is. En dat merk ik. Het optillen van boodschappen, van de kabouter, het opruimen in huis, het is allemaal wat makkelijker geworden. En dat is niet alleen te danken aan het fysieke aspect van dit traject, maar ook mentaal zijn er behoorlijk wat sprongen vooruit gemaakt. En die helpen er wel aan mee, en tegelijkertijd werkt het mentale aspect me nog steeds wel dagelijks tegen, maar dat is niet erg.

Mentaal heb ik ook mooie handvatten gekregen om mee bezig te gaan. Ik heb nogal een krakkemikkig lijf, en in onze familie zit ook niet alles even goed. Ik heb geen contact meer met mijn ouders, en inmiddels ben ik daar steeds minder rouwig om. Ik zal niet tot in detail treden, maar laten we het erop houden dat ik andere normen en waarden hanteer inmiddels, dan die ik ‘vroeger’ aangeleerd heb gekregen. In dat aangeleerde zit nu ook juist het ‘probleem’. Onbewust heb ik geleerd te overleven, in plaats van te leven. En dat maakt dat bepaalde waardeoordelen er zo in zijn gebakken, dat het even gaat duren voordat die eruit zijn. En dat zorgt voor verdriet. Verdriet dat het zo gegaan is, verdriet dat ik sommige dingen altijd zelf zal moeten doen, maar ook verdriet dat ik ook de leuke dingen dus niet zal kunnen delen. Dat zorgt er ook voor dat sommige dingen nooit uitgesproken zullen worden en dat zal altijd voor een beetje wrok zorgen. Maar, dat geeft niet, want ik weet nu hoe het komt, waar het vandaan komt, en dat sommige ‘karaktereigenschappen’ die ik heb, geen karaktereigenschappen zijn; dat is gewoon domweg aangeleerd gedrag. Ik kan er niks aan doen, maar ik kan er wél wat aan veranderen, dat is nu mijn motto geworden. Dat klinkt misschien wat lastig, zeker zonder voorbeelden, maar de tijd van modder gooien en beschuldigen ligt achter me. Ik weet echter ook dat er dingen zijn gebeurd, waar ik níks aan heb kunnen doen en waar ik, maar ook anderen, alleen maar slachtoffer zijn van de situatie. Ik weet nu dat ik al die tijd overleefd hebt, maar dat het nu tijd is om te gaan leven, in plaats van overleven. Een hele verandering van mindset dus; en daar is wel een stukje Cognitieve Gedrags-therapie bij wezen kijken. Het veranderen van de automatische gedachten, zodat ik mijn gedrag kan zien veranderen. En zo wordt je ‘ineens’ de verbeterde versie van jezelf.

Want, hoewel de verbetering nog lang niet klaar is; ik ben wel een verbeterde versie van mezelf.

Betekent dat, dat ik nu kan gaan werken? Absoluut niet. Maar ik wíl wel werken. Ik wíl heel graag, maar de kans op terugval naar mijn oude ik is nu zo groot. Daarnaast ben ik nog vollop bezig met ontdekken wat mijn lijf kan, en hoe ik mijn lijf het beste kan gebruiken. En ja, natuurlijk moet dat ook een keer op de werkvloer, maar alleen bij het idee van werkdruk merk ik dat dat mentaal iets heel bizars met me doet, wat fysiek ook zijn uiting heeft; dat resulteert weer in pijn, en pijn resulteert weer in ‘zie je nou, ik kan het niet, ik zal het wel nooit meer kunnen.’ En die gedachte moet er nou juist uit!

Wordt het perfect? Absoluut niet. Zeg ik dat een andere, ‘gezonde’ moeder het makkelijk heeft? Absoluut niet. Ouderschap is zwaar, werken is zwaar, en de combinatie is pittig. Alleen voor mij is het net een stapje harder werken. Het is constant bewust zijn van mijn bewegingen, m’n acties, en constant nadenken of ik iets wel of niet kan, en wat de (verstrekkende) gevolgen zijn. Ieder uur van de dag de keuze maken of ik A of B moet doen. Alleen aan het nadenken en bewust handelen heb ik al een fulltime baan, soms is dat zo pittig.

Maar hey, we hebben zoveel bereikt al! Waar ik dacht dat ik nooit meer zou kunnen werken, durf ik nu voorzichtig na te denken over werk. Vrijwilligerswerk dan wel, om de werkdruk even af te houden zodat dit me niet fysiek en mentaal breekt, maar werk is werk! Hoe dat financieel ingevuld moet worden, moeten we nog maar even met de instantie met drie blauwe letters gaan overleggen. Maar het is niet dat ik niet wil; ik wíl, ik wil heel graag!

Ik moet alleen mezelf nog even leren beschermen en remmen. Nouja, even… Ik werk al sinds mijn 15e. Begonnen met een krantenwijk, daarna een supermarkt, benzinepomp, en diverse andere baantjes erbij gehad. Dus, laten we zeggen, zo’n grofweg 10 goede jaren waarin ik aan het werk of aan de studie ben geweest. Die mindset van 10 jaar is niet ‘even’ afgeleerd en die rem zit er dus niet zo 1,2,3 op. Ook niet zo 4,5,6, maar misschien wel 7,8,9.

Maar, ik ben een verbeterde versie van mezelf. En mijn kwaliteit van leven is rooskleuriger dan bij de start.

Zoals in mijn intake-verslag staat:

Aan het einde van het revalidatietraject geeft cliënt haar kwaliteit van leven een dikke voldoende. Bij intake is dit een mager zesje.

Dat magere zesje is wel verdwenen ja. En nu? Doorgaan, gewoon blijven doorgaan. Met drie taakjes op een dag, lief zijn voor mezelf en door te veranderen wat ik niet accepteren kan, maar wel te accepteren wat ik niet veranderen kan.

Maar ik voel me geen minder mens meer. Ik voel me niet meer ‘het zielige meisje’ of ‘ohja, dat is zij’. Ik heb Rachelle, en ja, ik heb een chronische beperking; werk er maar omheen.

En dat doe ik nu dus ook. Ik werk om mijn beperking heen. En dat kost moeite, dat kost tijd, en dat kost tranen. Maar het magere zesje is verdwenen.

Kleine notitie; de pijn is er nog steeds hoor, en die gaat ook echt niet weg. Maar de omgang met de pijn is dragelijker geworden; het vechten tegen de pijn neemt af.



Laat je een reactie achter?

Ik ben heel benieuwd naar jouw mening!

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: