Revalidatie; we zijn er bijna…

We zijn er bijna, maar nog niet helemaal. Ik begin nu aan de laatste weken van m’n revalidatietraject. Wat een rollercoaster zijn de afgelopen maanden geweest. Niet alleen voor mij, maar ook voor m’n vriend, m’n kind, m’n schoonouders… Het is het herschrijven van m’n gebruiksaanwijzing, en man dat is pittig. Ik ben er nog lang niet, en het blijft vechten tegen mezelf, allerlei instanties, en het bijstellen van doelen en idealen, maar ik merk wel verandering. Hoe het nu gaat, welke verandering ik nu opmerk en wat het vervolg gaat zijn, daar schrijf ik vandaag over.

Even vooropgesteld; ‘beter worden’ lukt niet. Dat m’n bindweefsel (en dus gewrichten) niet goed zijn, dat is niet gerepareerd met revalidatie, en dat kunnen ze ook niet repareren. Ze weten nog steeds niet hoe het komt, waarom ik Ehlers-Danlos heb; wat dat aangaat zijn we geen steek verder. Maar wél heb ik meer inzicht over het functioneren van mijn eigen lijf en weet ik welke invloed ik zélf op de pijn kan uitoefenen… En ook waar ik helemaal geen invloed op kan uitoefenen en wat ik dus echt los moet laten.

Mijn sessies bij de psycholoog zitten er bijna op. Er volgt nog een sessie, en dan is het echt alleen nog maar fysiek trainen. Vorige week en de week daarvoor dat ik een beetje (met uitschieters naar beetje heel erg) in een dip. De pijn kwam weer meer terug, ik was vreselijk moe, deed weer middagdutjes… Ik kon me er niet meer toe  zetten om er net zo vol mee bezig te gaan als aan het begin van het traject. De moed was een beetje op, en ik vroeg me af waarom ik nog m’n best zou doen, de pijn kwam immers toch wanneer het niet uitkwam. Ik gooide toch deels de handdoek in de ring, durf ik wel te zeggen. Ik ging terug naar mijn ‘netflix en chill’ middagen, lekker slapen, Tramadol was weer mijn beste vriend en ik zag mezelf weer afglijden naar het nulpunt. Dit hoort erbij, is volkomen normaal, en nu moest ik mezelf weer op zien te rapen en even die schop onder m’n kont geven om het weer aan te pakken, maar ik mócht wel even helemaal er doorheen zitten en er even klaar mee zijn. Dat bevestigd te krijgen was wel even fijn, want ik nam het mezelf alweer kwalijk; zie je nou wel, zelfs een revalidatietraject van 3 maanden lukt me geeneens. Dat is 100% een foute gedachte, maar ja, wel iets wat ik maar al te goed aangeleerd heb; ‘zie je nou wel, het lukt niet’. Maar als ik nu kijk naar wat ik wél heb bereikt in de afgelopen maanden op revalidatie, besef ik me wel dat het me wel degelijk is gelukt. Nee, ik kan niet wat ik zou willen kunnen. Maar ik kan wel meer dan dat ik kon! Na revalidatie ben ik echter nog niet ‘klaar’, mentaal gezien. En daarom ga ik hierna door naar Cognitieve Gedrags Therapie. Omdat er zoveel aangeleerd gedrag in me zit, wat me helemaal niet verder helpt en juist kan zorgen voor een terugval, is dat een hele goede zet, en ik ben dan ook blij dat de psycholoog dit door gaat zetten met een doorverwijzing. Ik ben niet dom, maar ik heb nog wel wat extra begeleiding en handvatten nodig. En waar ik me voorheen daarvoor schaamde, vind ik het nu totaal niet erg; iedereen heeft wel eens een steuntje in de rug nodig. Wel merk ik dat ik meer gedaan krijg en nu ook echt trots op mezelf kan zijn om de meest stomme dingen. Ja, ik ben blij en trots als ik de vaatwasser uit en inruim, een was heb gedaan en boodschappen heb gedaan. Normale kost voor een ander, maar hier zulke drempels; en nu kan ik dat in ieder geval! Je kan je het haast niet voorstellen… En zo ga ik proberen om alle activiteiten verder uit te bouwen. Mezelf uit te dagen, en meer voor elkaar te krijgen.

Fysiek kan ik ook meer. Meer, dan ik had verwacht ook eigenlijk. En ook hiervoor geld; ik ben er nog lang niet. Misschien dat ik na het revalideren toch een sportschool op ga zoeken, om deze stijgende lijn door te zetten. Want ik weet nu in ieder geval wel welke apparaten ik kan gebruiken, hoe ik ze moet gebruiken, en ook wat het effect ervan is. En met dat effect ben ik wél heel erg blij! Want los van de buikspieren die getrained worden, merk ik wel dat juist die stomme, huishoudelijke dingen, minder energie en moeite kosten. Ik ben met 3 activiteiten per dag nog steeds op en gaar aan het eind van de dag hoor, dat absoluut. Maar waar m’n lichaam normaal aan het staken ging na één activiteit, kan ik er nu drie (mits ik ze wel goed verdeel over de dag). Dat betekent dat er dus wel iets aan het veranderen is in m’n lijf; iets waar ik zelf invloed op heb, en wederom; iets dat lukt! Ik voel me apetrots dat ik aan het begin niet eens stil kon staan op een stabiliteitsplaat (een plaatje wat aan een frame hangt met 4 touwtjes, een ramp om je balans op te vinden) en dat ik nu op een balanstrainer kan blijven staan (en er ook zelf op kan klimmen trouwens) is echt een meetbaar verschil. De komende weken ga ik nog verder opbouwen, maar het fijne is dat ik nu weet hoe ik moet opbouwen. Hoe moet ik het belasten van m’n lijf aanpakken, waar ligt de grens en waar ligt m’n kracht. En dat is zó fijn.

Het is wel confronterend om het verslag van m’n intake terug te lezen, want daarmee word ik wel nog even een keer met m’n neus op de feiten gedrukt. Dat het trainen nu goed gaat geeft een euforisch gevoel, maar op het moment dat er staat “Aan het eind van het revalidatietraject kan client 60 minuten achtereen staan waarbij de klachten aan de knieën, rug en enkels met 25% zijn gereduceerd”, komt er toch weer een stukje verdriet kijken. Want gereduceerd, betekent niet pijnvrij. En ik wil zó graag pijnvrij zijn zónder medicatie, zonder af te moeten wachten op de ‘goede dagen’. Want die goede dagen zijn er absoluut, en die zijn er nu steeds vaker, juist omdat ik nu weet hoe ik met m’n lichaam om moet gaan, hoe ik moet doseren en verdelen. Maar ik wil dat iedere dag een goede dag is.

Ik besef me echter heel goed, dat dat wel héél veel gevraagd is, en dat ik gewoon blij en dankbaar moet zijn met wat ik nu in deze relatief korte tijd heb geleerd en weer kan. Want ik heb toch een klein stukje leven terug, een klein stukje eigenwaarde, en, last but not least, ik krijg het plezier weer terug. Ik vind het niet erg om er te zijn, al is dat dan maar met alle beperkingen die erbij komen kijken; ik ben er, en ik mag er zijn. En op welke manier dan ook; ik ben nuttig en ik kan ergens een steentje aan bijdragen. Op welke manier ik dat op de lange termijn ga invullen, dat is zorg voor later. Maar ik kijk nu alvast een beetje terug en ben trots op mezelf; ik heb doorgepakt, en ik kan weer wat. Voor mijn gevoel ben ik nu topsporter. In ieder geval wel als ik terugkijk naar 3 maanden geleden. Ik kan weer een stukje meer van de wereld aan. Zowel fysiek, als emotioneel. En dat is me heel wat waard; en ik wil niet meer terug naar hoe ik was.



Laat je een reactie achter?

1 thought on “Revalidatie; we zijn er bijna…”

Ik ben heel benieuwd naar jouw mening!

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: